vrijdag 12 juni 2009

Vampier-klanten

Waarom zitten we als makke schapen te wachten in de wachtkamer. Het maakt iet uit welke medische instelling het is, in elke wachtkamer lijkt het wel het comdoleancebezoek van een dierbare overledene. Zwijgen is het devies, begripvol na elkaar knikken. Het enige dat ons er aan herinnert dat we in een wachtkamer zitten is, indien nodig, het "wie was er het laatst" moment. het moment dat we ons ineens moeten herinneren wie er ook al weer voor ons was.

Gisteren was ik bij de dokter en blijkbaar had deze goed geslapen en zat het tempo er goed in want ik hoefde maar een kwartier langer te wachten dan de planning aangaf. Een babbeltje in de wachtkamer zat er niet in. Blijkbaar vraag je niet "waar komt u voor?" aan degene voor je. Uit beleefdheid waarschijnlijk, de ander niet in verlegenheid brengend. Stel je voor dat je moet vertellen dat je een pussende piercing in je penis hebt. Of last van licht urine verlies. Of je kunt trots vertellen dat dat spotje over jou gaat.. Over het jeweetwel probleem van mannen. Waar je al die mailtjes voor krijgt.. Jeweetwel..
Of omdat mensen, net als ik, een beetje zenuwachtig zijn bij de dokter. Het is een soort automonteur. Althans voor mij. Ik heb ab-so-luut geen verstand van autotechniek. Dus als ik naar de garage moet en hij verteld mij dat de bobine stuk is dan moet ik eerder aan Gert en Samson denken dan aan mijn auto. Of mijn Homokineet.. Zijn dat niet de trappers van je skelter (die ga ik niet uitleggen).. Het verschil is dat je je lichaam niet kunt inruilen als er iets stuk is. Dat je niet voor imitatie of slooponderdelen kunt kiezen als er iets stuk is en je niet de merk-onderdelen wilt kopen (na ja sloop onderdelen zijn er wel.. je moet er alleen zo lang op wachten.

Als je eindelijk naar binnen mag kom je dus binnen in een wereld waar je, als je zelf niet een medisch beroep hebt, geen verstand van hebt. De dokter ziet een patient 10 minuten en heeft een uur of vier spreekuur per dag, vijf dagen per week.. Bijna honderd man (m/v) stiefelt door de praktijk. Allemaal moeten ze even kuchen, hun overhemd uit, worden gepord en geprikt en krijgen dezelfde 4 vragen waar dan een doodsvonnis op volgt. varierend van het standaard minder eten, meer bewegen stoppen met roken tot aan het " u gaat dood "

Bij mij was het gevolg (alweer) een aantal kruisjes op een kaart en bloed laten prikken. Weer een wachtkamer, weer een doodvonnis, maar nu met vertraging.

Deze wachtkamer was anders. Er was namelijk iets wat de gebruikelijke routine doorbrak. Bij binnenkomst, iets voor half negen, waren bijna alle stoeltjes bezet. Een wat gezettemevrouw riep al bij binnenkomst ' u bent na mij hoor ha ha'. Toen had ik het al kunnen weten. Ik liet weten er kennis van genomen te hebben en even een sigaretje te gaan roken. Toen ik terugkwam was er niet de gebruikelijke stilte. Er zaten wat dames die elkaar kenden en waar er 1 van voor mij en 1 na mij was binnengekomen iets te "doof" met elkaar te praten en ook hier en daar kwamen wat gesprekjes op gang. De iets gezette mevrouw vroeg of ze een taxi mocht bellen met haar eigen telefoon en bedankte toen het mocht. DAT was het. Deze mevrouw was niet helemaal 100. Het bleek ook toen ze veel te hardop begon te vertellen over de sportdag voor mensen met een handicap, de regiotaxi, het busje, haar vakantie over drie weken in Kochem (zonder Jochem, Puch en vast niet voor Drei Wochen met haar vrienden in de kroeg).

Ze had geen rem. Ze praatte! Te hard en te veel en het was niet interessant maar het doorbrak de begrafenisstemming en mensen volgden haar voorbeeld en begonnen gesprekjes met de wildvreemden naast hen die hetzelfde lot moesten ondergaan.

De mevrouw-met-steekje-los was voor mij en het werd iets rustiger toen zij, redelijk lang, wegbleef voor haar prik. Ik wachtte en dacht aan de kindertjes die ik bang had gemaakt de vorige keer dat ik hier zat door bij vertrek te zeggen "het doet zeer joh, en ik kreeg geen lollie" wat misschien grappig bedoeld was, misschien een poging om de toen WEL heersende spanning te doorbreken maar zeker niet pedagogisch verantwoord.

Ik mocht naar binnen en in het korte gesprekje met de sadistische mevrouw (hoe kun je anders een beroep hebben waar je iedereen pijn mee doet) kwam naar voren dat ze de spoort-niet mevrouw kende en ik gaf dat ze -auw- de spanning had doorbroken. Klote naald!. Toen we een beetje doorgebabbeld hadden over de uitloop (het spreekuur duurde tot 9:15 het was inmiddels half 10 en de wachtkamer was nog vol) mocht ik met pijnlijke arm naar buiten en riep nog " Wat is dit toch een rare kapster" .. er werd gegniffeld..

Zij moesten nog bij de vampier langs.. Lachen was er nog niet bij.. Voor mij ook niet want nu is de wachtkamer voor de uitslag geopend. Spannend, wat zou ik nu weer hebben.

donderdag 11 juni 2009

nerd alert


klik

Eindelijk even de kans gezien om een foto'tje online te zetten van één van de nerd cadeautjes die ik dit jaar kreeg.. Deze hardware hack is erg leuk. Ik heb hem nog niet opengemaakt om het vakmanschap van Jelle te aanschouwen...
edit: jammer hoor dat twitpic de link na een tijdje stuk maakt

maandag 8 juni 2009

Moeders hou je dochters binnen

De kermis is weer in het dorp.

In het slaperige vleuten waren de 10 atracties weer neergestreken voor de jaarlijkse kermis. Leuk zo rond de uitkering van het vakantiegeld. Kinderen willen spontaan auto's wassen, zijn weer lief, en willenniets liever dan rondje na rondje in de draaimolen, spin, zijwaartsdraaiend eng ding en botsauto's. Bakvissen doffen zich op en tonen met het laagst uitgesneden topje dat ze voorbij de keurende blik van moeders kunnen smokkelen hun hoop voor de toekomst aan de vers gekapte stoere jongens. De stoere jongens vallen in het niet bij de mannen in spé van de botsauto's en spin, die met onevenredig grote sleutelbossen en ditto schakel armbanden de eksters uit het dorp de ogen uitsteken. De meisjes, het archetype van oerman (ten onrechte) herkennend zwermen om de mannen en jongens heen en menigeen zal voor de eerste keer gekust, bevoeld of zelfs gekend worden. Brave huisvaders slepen hun gezin, altijd minstends een uur te kort, langs alle pedagogisch verantwoorde familie atrakties. Zij falen in het schieten van een beer, bestellen de verkeerde nougat bij de suikerspin dame, die zo heet vanwege haar kapsel en niet om haar koopwaar want dat standje staat verderop, grijpen net naast de imitatie iPod trekken een barbie voor hun zoon en een pijl en boog voor hun dochter. Zij horen niet meer bij de stoere jongens en zijn hun link met het archtype voor altijd kwijt! Hoewel iedereen zijn best doet om het moment te grijpen en te bewaren en ongeremd te genieten zie je de uitgeblustte blikken, als van gekooide wilde dieren, van het kermisvolk. In elk dorp is iedereen enthousiast met hun komst behalve zij zelf. Ze doen overal hetzlelfde, ze draaien hun rondjes, roepen door de microfoon "haal die muntjes aan die kassa Come On" en drukken zuchten op de knop om de halfgevulde attractie weer te starten.


Kortom, kermis is troosteloos, woest en ledig.

Vorig jaar gingen we naar de kermis met de Visjes. Dit jaar konden we ons beperken tot de povertjes (de serveerster vond ons echt irritant omdat we de grote portie, die als normaal op de kaart stonden, te klein vonden en daarom povertjes noemden in plaats van poffertjes). Het jaar dat we wel gingen botsten we te vaak tegen een meneer met een MocroMohawk kapsel. Je kent dat wel. Aan de zijkanten opgeschoren en als de pizzakoerierfooien mee waren gevallen met motiefje, en van boven wat langer naar achter uitlopend in een OpelManta coupe. Een Mat dus. Dit heerschap botste tegen moeders met kleuters, eerdergenoemde bakvissen, andere Mocro's en tegen ons. Dit gebruik makend van alle beschikbare ruimte in de botsauto en hangend aan zijn stuur met gestrekte arm en een hand aan de kin alsof hij nadacht over existentiele filosofische vraagstukken. Botste je tegen hem dan werd hij woest. Moest je dan lachen dan werd hij nog woester. We vermeden hem, ontweken zijn futile poginen om ons de baan af te rammen en frustreerde hem dus enorm. Het was Humor. Op de één of andere manier kwamen de zelfde types op de baan en wij kozen eieren voor het geld en smeerde hem. Hij riep nog iets over doodmaken.. Hem ontging dus, ondanks zijn overpeinzingen het principe van de bots-auto.

Vreemd. Vroeger was kermis nog gewoon leuk. althans in het begin. Later werd er gevochten op de botsautobaan bij ons voor de deur (dat dat ding daar stond was tot ergernis van mijn moeder) maar het begon lief.

Als ik vanaf de lagere school naar huis liep stonden er ineens die grote vrachtauto's en die caravans. Die stonden er niet voor niets. De kriebel in mijn buik begon. De botsauto's kwamen. De grijpkranen, draaimolen, snoeptent, schiettent en overige meuk werden vergeten en alleen bezocht wanneer mijn vader zijn huisvader plicht deed en ons als gezin meenam. De stoere jongens uit de buurt die er vroeg genoeg bij waren mochten meehelpen. Plankjes uitleggen, sjouwen met dingen die eigenlijk te zwaar waren en later zelfs op het dak van de attraktie het zeildoek slepen. Gaaf! Mijn moeder was in tranen! Mijn mooie dure "echte" jeansbroek was vernield. Maarja, ik kon toch niet in de typische jaren 80 corduroy broek meehelpen. Dat was niet stoer. Als dank voor de hulp kregen we, als het niet te druk was, het felbegeerde sleuteltje. Daarmee mochten we, als er wagentjes vrij waren parkeren. Dat was heel stoer. Alsof we nooit anders deden racede we rond hangend aan de palen die de hoogspanning boven ons hoofd verbonden met de electromoteren in de wagentjes en sprongen van wagen naar wagen om de verweesde voertuigjes veilig terug te brengen.

Wij waren de stoerste mannen van het dorp. Kleinere jongens, of de jongens die wel, leunend op hun crossfiets keken maar niets deden keken naar ons op. Grotere jongens probeerden ons tegen de schenen te rijden. Wij waren koningen van het dorp. Te jong en te blue om naar de meiden om te kijken die ons aangaapten. Later probeerde we meisjes mee te nemen in de botsauto's wat ons op strenge blikken en soms zelfs dreigen met de bel kwam te staan.. Want dat mocht toch niet. Heerlijk in de lucht van de overgeparfumeerde bakvissen van een dorp verder, want meisjes uit je eigen dorp.. dat zijn meisjes dus naar! Onbewust van de status van die meisjes chaufeerden we die dames rond. De één bekend als degene die met haar borsten uit het raam hing en de ander bekend als sloerie for no obvious reasons maar ze kwam uit de stad dus dat zei genoeg..

Dan was het ineens weg. De kermis die bijna een week had moeten opbouwen, drie dagen draaide, was in een nacht verdwenen. verpakkingen van goedkoop chinees speelgoed, zakjes van de oliebollen, zaagsel van knalerwten lagen als stille getuige in de modderpoel waar zich enkle nog het silhouet van de kermis aftekende. Met de kermis was ook mijn status verdwenen. Ik was gewoon weer die slappe sukkel. Weer een jaar wachten.

Met de jaren kwam ook het gebrek aan tijd en zin om te helpen en droogde het gevoel een beetje op. Zeker toen mijn moeder stierf. Tussen het moment van sterven en de begrafenis stond de kermis ineens daar. Op goed vrijdag stond de kermis stil en reden we naar het lege huis vol herinneringen. De donkere kermis stond daar als verstild voor onze deur. Alsof ook de kermis gestorven was. Een uitgestorven kermis komt eng over! De dreigende overhangende uithangborden, de gedoofde lampen die wel de straatlantaarns reflecteerde, de afgedekte plastic dieren van de draaimolen leken zo uit een Hitchcock film te komen.

Nooit heb ik meer kunnen genieten van de kermis. Het sprookje bestaat niet meer. De droom is ontluisterd net als sinterklaas als je er achterkomt dat je jarenlang bedrogen bent dat het slechts een dun schilletje is rond heel veel leegte.

Ik kijk uit naar volgend jaar en wil er eigenlijk op een bankje gaan zitten en mensen kijken. Mensen die niet zien dat de keizer naakt is. Dat ze genieten van veel vorm en leegte.